Makki · 3 ayat
De Tijd
Vertaling: Sofyan S. Siregar
Al-Asr (Arabisch: سُورَةُ العَصۡرِ, betekenis: ‘De Tijd’) is soera 103 van de Koran — een Mekkaanse soera met 3 verzen. Hieronder lees je de volledige klassieke tafsir (uitleg) van Imam at-Tabari bij elk vers, getrouw naar het Nederlands vertaald — doorzoekbaar, offline en gratis.
Belangrijk: De Arabische brontekst is altijd leidend. Deze vertaling is een studiehulp en is niet geverifieerd door geleerden — gebruik haar niet als bron voor religieuze bewijsvoering of het afleiden van oordelen (ahkam). Raadpleeg bij twijfel altijd de Arabische tekst en een bevoegde geleerde.
بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ
وَٱلْعَصْرِ
وَ
Bij de tijd.
Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst
De bespreking van de uitleg van de woorden van Allah, verheven en gezegend zijn Zijn namen:
وَالْعَصْرِ (1)
De uitleggers (ahl al-taʾwīl) verschilden van mening over de uitleg van Zijn woord: وَالْعَصْرِ . Sommigen zeiden: het is een eed die onze Heer — verheven zij Zijn gedachtenis — heeft gezworen bij de tijd. Zij zeiden: al-ʿaṣr betekent: de tijd (al-dahr).
إِنَّ ٱلْإِنسَٰنَ لَفِى خُسْرٍ
إِ
Voorwaar, de mens lijdt zeker verlies.
Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst
Zijn woord: إِنَّ الإنْسَانَ لَفِي خُسْرٍ ("Voorwaar, de mens verkeert in verlies") — hij zegt: voorwaar, de zoon van Adam verkeert in ondergang en tekort.
ʿAlī — moge Allah tevreden over hem zijn — placht dit te lezen als: إنَّ الإنْسانَ لَفِي خُسْر وإنه فيه إلى آخر الدهر ("Voorwaar, de mens verkeert in verlies, en hij verkeert daarin tot het einde der tijden").
إِلَّا ٱلَّذِينَ ءَامَنُوا۟ وَعَمِلُوا۟ ٱلصَّٰلِحَٰتِ وَتَوَاصَوْا۟ بِٱلْحَقِّ وَتَوَاصَوْا۟ بِٱلصَّبْرِ
إِلَّا
Behalve degenen die geloven en goede daden verrichten en elkaar aansporen tot de Waarheid en elkaar aansporen tot geduld.
Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst
إِلَّا الَّذِينَ آمَنُوا وَعَمِلُوا الصَّالِحَاتِ — Hij zegt: behalve degenen die Allah hebben bevestigd en Hem hebben geëerd in Zijn Eenheid (tawḥīd), en die Zijn Eenheid en Zijn gehoorzaamheid hebben erkend, en die rechtvaardige daden hebben verricht, en die hebben nagekomen wat hen was opgelegd aan Zijn verplichte voorschriften (farāʾiḍ), en die zich hebben onthouden van wat Hij hen …