Tabari

Tafseer van De Dichters · Ash-Shu'araa · 26:101

وَلَا صَدِيقٍ حَمِيمٍۢ

En geen boezemvriend.

Belangrijk: De Arabische brontekst is altijd leidend. Deze vertaling is een studiehulp en is niet geverifieerd door geleerden — gebruik haar niet als bron voor religieuze bewijsvoering of het afleiden van oordelen (ahkam). Raadpleeg bij twijfel altijd de Arabische tekst en een bevoegde geleerde.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    وَلا صَدِيقٍ حَمِيمٍ — vanuit de naaste verwanten.

    De uitleggers zijn onderling van mening verschild over wie er met de voorbidders en de hechte vriend (al-ṣadīq al-ḥamīm) zijn bedoeld. Sommigen zeiden: met de voorbidders worden de engelen bedoeld, en met de hechte vriend de bloedverwant.

    — Vermelding van wie dat zei:

    Al-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj: فَمَا لَنَا مِنْ شَافِعِينَ — hij zei: vanuit de engelen; وَلا صَدِيقٍ حَمِيمٍ — hij zei: vanuit de mensen. Mujāhid zei: een hechte vriend (ṣadīq ḥamīm) — hij zei: een broer.

    Anderen zeiden: zij allen zijn uit de nakomelingen van Adam.

    — Vermelding van wie dat zei:

    Zakariyyā ibn Yaḥyā ibn Abī Zāʾida heeft mij verteld, hij zei: Isḥāq ibn Saʿīd al-Baṣrī al-Musmaʿī heeft ons verteld, op gezag van zijn broer Yaḥyā ibn Saʿīd al-Musmaʿī, die zei: wanneer Qatāda فَمَا لَنَا مِنْ شَافِعِينَ وَلا صَدِيقٍ حَمِيمٍ reciteerde, zei hij: "bij Allah, zij weten dat de vriend wanneer hij vroom is van nut is, en dat de bloedverwant wanneer hij vroom is als voorbidder optreedt."

    Toon originele Arabische tekst
    ( وَلا صَدِيقٍ حَمِيمٍ ) من الأقارب. واختلف أهل التأويل في الذين عُنوا بالشافعين, وبالصديق الحميم, فقال بعضهم: عني بالشافعين: الملائكة, وبالصديق الحميم: النسيب. * ذكر من قال ذلك: حدثنا القاسم, قال: ثنا الحسين, قال: ثني حجاج ,عن ابن جُرَيج: ( فَمَا لَنَا مِنْ شَافِعِينَ ) قال: من الملائكة ( وَلا صَدِيقٍ حَمِيمٍ ) قال: من الناس, قال مجاهد: صديق حميم, قال: شقيق. وقال آخرون: كل هؤلاء من بني آدم. * ذكر من قال ذلك: حدثني زكريا بن يحيى بن أبي زائدة, قال: ثنا إسحاق بن سعيد البصري المسمعي, عن أخيه يحيى بن سعيد المسمعي, قال: كان قَتادة إذا قرأ: ( فَمَا لَنَا مِنْ شَافِعِينَ وَلا صَدِيقٍ حَمِيمٍ ) قال: يعلمون والله أن الصديق إذا كان صالحا نفع, وأن الحميم إذا كان صالحا شفع.