Tabari

Tafseer van Hij Fronste · Abasa · 80:17

قُتِلَ ٱلْإِنسَٰنُ مَآ أَكْفَرَهُۥ

Verdoemd is de mens. Hoe ondankbaar is hij!

Belangrijk: De Arabische brontekst is altijd leidend. Deze vertaling is een studiehulp en is niet geverifieerd door geleerden — gebruik haar niet als bron voor religieuze bewijsvoering of het afleiden van oordelen (ahkam). Raadpleeg bij twijfel altijd de Arabische tekst en een bevoegde geleerde.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Zijn uitspraak: قُتِلَ الإنْسَانُ مَا أَكْفَرَهُ ("Vervloekt zij de mens, hoe ondankbaar/ongelovig is hij!") (80:17). Hij, verheven is Zijn vermelding, zegt: vervloekt zij de ongelovige mens, hoe groot is zijn ongeloof!

    In overeenstemming met wat wij hierover gezegd hebben, sprak ook Mujāhid.

    Mūsā ibn ʿAbd al-Raḥmān al-Masrūqī heeft mij verteld, hij zei: ʿAbd al-Ḥamīd al-Ḥimmānī heeft ons verteld, op gezag van al-Aʿmash, op gezag van Mujāhid, die zei: alles wat in de Koran voorkomt als "qutila al-insān" ("vervloekt zij de mens") of "fuʿila bi-l-insān" ("er is met de mens gehandeld"), daarmee wordt enkel de ongelovige bedoeld.

    Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Mihrān heeft ons verteld, op gezag van Sufyān, over قُتِلَ الإنْسَانُ مَا أَكْفَرَهُ ("Vervloekt zij de mens, hoe ongelovig is hij!"): mij heeft bereikt dat het de ongelovige is.

    In Zijn uitspraak ( أكْفَرَهُ ) liggen twee mogelijke betekenissen. De eerste: verwondering over zijn ongeloof, ondanks de weldaden die Allah hem bewees en de gunsten die Hij hem schonk. De andere: "wat heeft hem tot ongeloof gebracht?" — dat wil zeggen: welke zaak heeft hem ongelovig gemaakt.

    Toon originele Arabische tekst
    وقوله: ( قُتِلَ الإنْسَانُ مَا أَكْفَرَهُ ) يقول تعالى ذكره: لعن الإنسان الكافر ما أكفره. وبنحو الذي قلنا في ذلك قال مجاهد. حدثني موسى بن عبد الرحمن المسروقي، قال: ثنا عبد الحميد الحِماني، عن الأعمش، عن مجاهد قال: ما كان في القرآن قُتِلَ الإنسانُ أو فُعل بالإنسان، فإنما عنِي به: الكافر. حدثنا ابن حميد، قال: ثنا مهران، عن سفيان ( قُتِلَ الإنْسَانُ مَا أَكْفَرَهُ ) بلغني أنه: الكافر. وفي قوله: ( أكْفَرَهُ ) وجهان: أحدهما: التعجب من كفره مع إحسان الله إليه، وأياديه عنده. والآخر: ما الذي أكفره، أي: أيّ شيء أكفره.