Tafseer van De Schepper · Faatir · 35:19
En de blinde is niet gelijk aan de ziende.
Belangrijk: De Arabische brontekst is altijd leidend. Deze vertaling is een studiehulp en is niet geverifieerd door geleerden — gebruik haar niet als bron voor religieuze bewijsvoering of het afleiden van oordelen (ahkam). Raadpleeg bij twijfel altijd de Arabische tekst en een bevoegde geleerde.
De uitleg van de uitspraak van de Verhevene: وَمَا يَسْتَوِي الأَعْمَى وَالْبَصِيرُ (19) (En de blinde en de ziende zijn niet gelijk.)
De Verhevene, wiens gedachtenis verheven is, zegt: وَمَا يَسْتَوِي الأعْمَى (En de blinde is niet gelijk), namelijk de blinde ten aanzien van de religie van Allah, waarmee Hij Zijn profeet Muḥammad — Allah zegene hem en schenke hem vrede — heeft uitgezonden, وَالْبَصِيرُ (en de ziende): degene die daarin zijn rechte leiding heeft ingezien, en die daarom Muḥammad heeft gevolgd, hem voor waarachtig heeft gehouden, en van Allah heeft aanvaard datgene waarmee Hij hem heeft uitgezonden.