Tafseer van Ta-Haa · Taa-Haa · 20:30
Hârôen, mijn broeder.
Belangrijk: De Arabische brontekst is altijd leidend. Deze vertaling is een studiehulp en is niet geverifieerd door geleerden — gebruik haar niet als bron voor religieuze bewijsvoering of het afleiden van oordelen (ahkam). Raadpleeg bij twijfel altijd de Arabische tekst en een bevoegde geleerde.
هَارُونَ أَخِي ("Hārūn, mijn broer")\n\nTen aanzien van de vierde naamval van Hārūn zijn er twee mogelijkheden: de eerste is dat Hārūn in de vierde naamval staat als een appositief (tarjama, d.w.z. badal) voor "de helper" (al-wazīr).\n\nAl-Qāsim heeft ons verteld, hij zei: al-Ḥusayn heeft ons verteld, hij zei: Ḥajjāj heeft mij verteld, op gezag van Ibn Jurayj, die zei: Ibn ʿAbbās zei: "Hārūn was ouder dan Mūsā."