Tabari

Tafseer van Yoesoef (Jozef) · Yusuf · 12:14

قَالُوا۟ لَئِنْ أَكَلَهُ ٱلذِّئْبُ وَنَحْنُ عُصْبَةٌ إِنَّآ إِذًۭا لَّخَٰسِرُونَ

Zij zeiden: "Als de wolf hem verslindt, terwijl wij met een hechte groep zijn, dan zullen wij zeker de verliezers zijn."

Belangrijk: De Arabische brontekst is altijd leidend. Deze vertaling is een studiehulp en is niet geverifieerd door geleerden — gebruik haar niet als bron voor religieuze bewijsvoering of het afleiden van oordelen (ahkam). Raadpleeg bij twijfel altijd de Arabische tekst en een bevoegde geleerde.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van de woorden van Allah de Verhevene: قَالُوا لَئِنْ أَكَلَهُ الذِّئْبُ وَنَحْنُ عُصْبَةٌ إِنَّا إِذًا لَخَاسِرُونَ (Zij zeiden: "Als de wolf hem zou opeten terwijl wij een sterk gezelschap zijn, dan zijn wij waarlijk verliezers.") (vers 14)

    Abū Jaʿfar zegt: Allah de Verhevene zegt: De broers van Yūsuf zeiden tegen hun vader Yaʿqūb: Als de wolf Yūsuf in de wildernis zou opeten terwijl wij met zijn elven bij hem zijn om hem te bewaken — en zij zijn de ʿuṣba (het sterke gezelschap) — (dan zijn wij waarlijk verliezers), dat wil zeggen: dan zijn wij waarlijk zwakkelingen en te gronde gericht.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : قَالُوا لَئِنْ أَكَلَهُ الذِّئْبُ وَنَحْنُ عُصْبَةٌ إِنَّا إِذًا لَخَاسِرُونَ (14) قال أبو جعفر : يقول تعالى ذكره: قال إخوة يوسف لوالدهم يعقوب: لئن أكل يوسف الذئبُ في الصحراء ، ونحن أحد عشر رجلا معه نحفظه ، وهم العصبة (33) ، (إنا إذًا لخاسرون) ، يقول: إنا إذًا لعجزة هالكون . (34) ---------------------- الهوامش: (33) انظر تفسير" العصبة" فيما سلف ص : 562 . (34) انظر تفسير" الخسران" فيما سلف من فهارس اللغة ( خسر )