Tabari

Makki · 4 ayat

سُورَةُ قُرَيۡشٍ

Soera Quraish

Qoeraysh

Vertaling: Sofyan S. Siregar

Quraish (Arabisch: سُورَةُ قُرَيۡشٍ, betekenis: ‘Qoeraysh’) is soera 106 van de Koran — een Mekkaanse soera met 4 verzen. Hieronder lees je de volledige klassieke tafsir (uitleg) van Imam at-Tabari bij elk vers, getrouw naar het Nederlands vertaald — doorzoekbaar, offline en gratis.

Belangrijk: De Arabische brontekst is altijd leidend. Deze vertaling is een studiehulp en is niet geverifieerd door geleerden — gebruik haar niet als bron voor religieuze bewijsvoering of het afleiden van oordelen (ahkam). Raadpleeg bij twijfel altijd de Arabische tekst en een bevoegde geleerde.

Madd (verlenging)Ghunna · ikhfāʾ · idghām · iqlābQalqalaNiet uitgesproken

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ

  1. 1
    106:1

    لِإِيلَٰفِ قُرَيْشٍ

    لِإِيلَـٰفِ قُرَيْشٍ ١

    Vanwege de gewoonte*1 van de Qoeraisj.

    Tabari over deze ayah

    Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van het woord van Allah — Verheven en Gezegend zijn Zijn Namen:

    لِإِيلَافِ قُرَيْشٍ (106:1)

    De recitatoren verschilden onderling over de lezing van: لِإِيلَافِ قُرَيْشٍ * إِيلَافِهِمْ . Het merendeel van de recitatoren uit alle gewesten las het met een yā' na de hamza, zowel in "li-īlāfi" als in "īlāfihim", met uitzondering van Abū Jaʿfar. Want hij stemde met de anderen overeen …

    Open volledig
  2. 2
    106:2

    إِۦلَٰفِهِمْ رِحْلَةَ ٱلشِّتَآءِ وَٱلصَّيْفِ

    إِۦلَـٰفِهِمْ رِحْلَةَ ٱلشِّتَآءِ وَٱلصَّيْفِ ٢

    Hun gewoonte van het maken van tochten in de winter en de zomer.

    Tabari over deze ayah

    Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Zijn woord: إِيلافِهِمْ staat in de genitief als badal (vervangende naamval), alsof Hij zei: "voor het gewend zijn van Quraysh — voor hun gewend zijn aan de tocht van de winter en de zomer." Wat betreft "de tocht" (riḥlah), deze staat in de accusatief op grond van het woord إِيلافِهِمْ dat erop betrekking heeft.

    Open volledig
  3. 3
    106:3

    فَلْيَعْبُدُوا۟ رَبَّ هَٰذَا ٱلْبَيْتِ

    فَلْيَعْبُدُواْ رَبَّ هَـٰذَا ٱلْبَيْتِ ٣

    Daarom moeten zij de Heer van dit Huis aanbidden.

    Tabari over deze ayah

    Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    En Zijn woord: فَلْيَعْبُدُوا رَبَّ هَذَا الْبَيْتِ (laten zij de Heer van dit Huis aanbidden) — hij zegt: laten zij op hun verblijfplaats en woonplaats in Mekka blijven, en laten zij de Heer van dit Huis aanbidden. Met "het Huis" bedoelt hij de Kaäba.

    Open volledig
  4. 4
    106:4

    ٱلَّذِىٓ أَطْعَمَهُم مِّن جُوعٍۢ وَءَامَنَهُم مِّنْ خَوْفٍۭ

    ٱلَّذِىٓ أَطْعَمَهُم مِّن جُوعٍ وَءَامَنَهُم مِّنْ خَوْفِۭ ٤

    Degene Die hun tegen de honger voedt en hen veilig stelt voor de angst.

    Tabari over deze ayah

    Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Zijn woord: الَّذِي أَطْعَمَهُمْ مِنْ جُوعٍ (Die hen gevoed heeft na honger) — dat wil zeggen: Die de Quraysh gevoed heeft na honger.

    Zoals ʿAlī mij heeft verteld: Abū Ṣāliḥ heeft ons verteld: Muʿāwiya heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī, op gezag van Ibn ʿAbbās, over Zijn woord: الَّذِي أَطْعَمَهُمْ مِنْ جُوعٍ — dat wil zeggen: de Quraysh, de bewoners van Mekka, door het smeekgebed van …

    Open volledig