Tabari

Tafseer van De Hoogten · Al-A'raaf · 7:114

قَالَ نَعَمْ وَإِنَّكُمْ لَمِنَ ٱلْمُقَرَّبِينَ

Hij (Fir'aun) zei: "Ja, en voorwaar, jullie zullen tot de nabijen behoren."

Belangrijk: De Arabische brontekst is altijd leidend. Deze vertaling is een studiehulp en is niet geverifieerd door geleerden — gebruik haar niet als bron voor religieuze bewijsvoering of het afleiden van oordelen (ahkam). Raadpleeg bij twijfel altijd de Arabische tekst en een bevoegde geleerde.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De uitleg van Zijn woord: قَالَ نَعَمْ وَإِنَّكُمْ لَمِنَ الْمُقَرَّبِينَ (7:114) (Hij zei: "Ja, en voorwaar, gij zult zeker tot de nabijgebrachten behoren.")

    Abū Jaʿfar zei: De Verhevene, wiens lof verheven is, zegt: Farao zei tot de tovenaars, toen zij tot hem zeiden: "Hebben wij bij u een beloning indien wij Mūsā overwinnen?" — hij zei: ja, dat is voor u, en voorwaar, gij zult behoren tot wie ik nabij breng en dicht bij mij doe naderen.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله : قَالَ نَعَمْ وَإِنَّكُمْ لَمِنَ الْمُقَرَّبِينَ (114) قال أبو جعفر: يقول جل ثناؤه: قال فرعون للسحرة، إذ قالوا له: إن لنا عندك ثوابًا إن نحن غلبنا موسى؟ قال: نعم, لكم ذلك, وإنكم لممن أقرِّبه وأدْنيه مني.