Tabari

Tafseer van De Onafwendbare · Al-Haaqqa · 69:1

بِسْمِ ٱللَّهِ ٱلرَّحْمَٰنِ ٱلرَّحِيمِ ٱلْحَآقَّةُ

De verwezenlijking (de Dag der Opstanding).

Belangrijk: De Arabische brontekst is altijd leidend. Deze vertaling is een studiehulp en is niet geverifieerd door geleerden — gebruik haar niet als bron voor religieuze bewijsvoering of het afleiden van oordelen (ahkam). Raadpleeg bij twijfel altijd de Arabische tekst en een bevoegde geleerde.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Het woord over de uitleg van Zijn uitspraak, de Verhevene: الْحَاقَّةُ (1) ("Al-Ḥāqqa") (69:1).

    Hij — verheven zij Zijn vermelding — zegt: het Uur, الْحَاقَّةُ ("Al-Ḥāqqa"), waarop de zaken zich verwezenlijken en waarop de vergelding voor de daden tot voltrekking komt, مَا الْحَاقَّةُ ("Wat is Al-Ḥāqqa?"). Hij zegt: wat is het Uur dat zich verwezenlijkt?

    En over de Arabieren wordt vermeld dat zij zeggen: "lammā ʿarafa al-ḥāqqata matā" ("toen hij de verwezenlijking herkende, wanneer"), en "al-ḥiqqa matā", en met de kasra [op de hā-], in dezelfde betekenis in de drie taalvormen. En zij zeggen: "wa-qad ḥaqqa ʿalayhi al-shay-" ("en de zaak heeft zich aan hem verwezenlijkt") wanneer zij verplicht wordt; het [werkwoord] is "yaḥiqqu ḥuqūqan".

    En het eerste al-ḥāqqa staat in de nominatief (marfūʿa) vanwege het tweede, omdat het tweede de plaats inneemt van de aanduiding (al-kināya) ervan; alsof Hij zich erover verwonderde en zei: الحاقة ما هي ("Al-Ḥāqqa, wat is zij?"), zoals men zegt: "Zayd, wat is Zayd?". En het tweede al-ḥāqqa staat in de nominatief vanwege [het partikel] "mā", en "mā" heeft de betekenis van "ayy" (welke), en "mā" staat in de nominatief vanwege het tweede al-ḥāqqa. Iets dergelijks komt in de Qur-ān voor: وَأَصْحَابُ الْيَمِينِ مَا أَصْحَابُ الْيَمِينِ ("En de mensen van de rechterhand, wat zijn de mensen van de rechterhand?") en الْقَارِعَةُ * مَا الْقَارِعَةُ ("Al-Qāriʿa. Wat is Al-Qāriʿa?"). Zo staat "mā" in de positie van de nominatief vanwege het tweede al-qāriʿa, en het eerste [staat in de nominatief] vanwege de hele zin die erna volgt.

    En zoals wij dit hebben gezegd over Zijn uitspraak الْحَاقَّةُ ("Al-Ḥāqqa"), hebben ook de exegeten (ahl al-ta-wīl) gesproken.

    * Vermelding van wie dat gezegd heeft:

    ʿAlī heeft mij verteld, hij zei: Abū Ṣāliḥ heeft ons verteld, hij zei: Muʿāwiya heeft mij verteld, op gezag van ʿAlī, op gezag van Ibn ʿAbbās, over Zijn uitspraak: الْحَاقَّةُ ("Al-Ḥāqqa"). Hij zei: het behoort tot de namen van de Dag der Opstanding; Allah heeft haar groot gemaakt en Zijn dienaren ervoor gewaarschuwd.

    Abū Kurayb heeft ons verteld, hij zei: Ibn Yamān heeft ons verteld, op gezag van Sharīk, op gezag van Jābir, op gezag van ʿIkrima, hij zei: الْحَاقَّةُ ("Al-Ḥāqqa") is de Opstanding.

    Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, over Zijn uitspraak: الْحَاقَّةُ ("Al-Ḥāqqa"). Hij bedoelt: het Uur dat voor iedere handelende persoon zijn daad heeft verwezenlijkt.

    Ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft mij verteld, hij zei: Ibn Thawr heeft ons verteld, op gezag van Maʿmar, op gezag van Qatāda: الْحَاقَّةُ ("Al-Ḥāqqa"). Hij zei: zij heeft voor ieder volk hun daden verwezenlijkt.

    Mij is verteld op gezag van al-Ḥusayn, hij zei: ik hoorde Abū Muʿādh zeggen: ʿUbayd heeft ons verteld, hij zei: ik hoorde al-Ḍaḥḥāk zeggen over Zijn uitspraak: الْحَاقَّةُ ("Al-Ḥāqqa"). Hij bedoelt de Opstanding.

    Toon originele Arabische tekst
    القول في تأويل قوله تعالى : الْحَاقَّةُ (1) يقول تعالى ذكره: الساعة ( الْحَاقَّةُ ) التي تحقّ فيها الأمور، ويجب فيها الجزاء على الأعمال ( مَا الْحَاقَّةُ ) يقول: أيّ الساعة الحاقة. وذُكر عن العرب أنها تقول: لما عرف الحاقة متى والحقة متى، وبالكسر بمعنى واحد في اللغات الثلاث، وتقول: وقد حقّ عليه الشيء إذا وجب، فهو يحقّ حقوقا. والحاقة الأولى مرفوعة بالثانية، لأن الثانية بمنـزلة الكناية عنها، كأنه عجب منها، فقال: ( الحاقة ): ما هي، كما يقال: زيد ما زيد. والحاقة الثانية مرفوعة بما، وما بمعنى أي، وما رفع بالحاقة الثانية، ومثله في القرآن وَأَصْحَابُ الْيَمِينِ مَا أَصْحَابُ الْيَمِينِ و الْقَارِعَةُ * مَا الْقَارِعَةُ ، فما في موضع رفع بالقارعة الثانية والأولى بجملة الكلام بعدها. وبنحو الذي قلنا في قوله: ( الْحَاقَّةُ ) قال أهل التأويل * ذكر من قال ذلك: حدثني عليّ، قال: ثنا أبو صالح، قال: ثني معاوية، عن عليّ، عن ابن عباس، في قوله: ( الْحَاقَّةُ ) قال: من أسماء يوم القيامة، عظمه الله، وحذّره عباده. حدثنا أبو كُرَيب، قال: ثنا ابن يمان، عن شريك، عن جابر، عن عكرِمة قال: ( الْحَاقَّةُ ) القيامة. حدثنا بشر، قال: ثنا يزيد، قال: ثنا سعيد، عن قتادة، قوله: ( الْحَاقَّةُ ) يعني: الساعة أحقت لكل عامل عمله. حدثني ابن عبد الأعلى، قال: ثنا ابن ثور، عن معمر، عن قتادة ( الْحَاقَّةُ ) قال: أحقت لكلّ قوم أعمالهم. حُدثت عن الحسين، قال: سمعت أبا معاذ يقول: ثنا عبيد، قال: سمعت الضحاك يقول في قوله: ( الْحَاقَّةُ ) يعني القيامة.