Tabari

Tafseer van De Vrijdag · Al-Jumu'a · 62:4

ذَٰلِكَ فَضْلُ ٱللَّهِ يُؤْتِيهِ مَن يَشَآءُ ۚ وَٱللَّهُ ذُو ٱلْفَضْلِ ٱلْعَظِيمِ

Dat is de gunst van Allah die Hij geeft aan wie Hij wil. En Allah is de Bezitter van de Geweldige Gunst.

Belangrijk: De Arabische brontekst is altijd leidend. Deze vertaling is een studiehulp en is niet geverifieerd door geleerden — gebruik haar niet als bron voor religieuze bewijsvoering of het afleiden van oordelen (ahkam). Raadpleeg bij twijfel altijd de Arabische tekst en een bevoegde geleerde.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Ibn Sinān al-Qazzāz heeft ons verteld, hij zei: Abū ʿĀṣim heeft ons verteld, hij zei: ʿĪsā heeft ons verteld, op gezag van Shabīb, op gezag van ʿIkrima, op gezag van Ibn ʿAbbās, betreffende: (Dat is de gunst van Allah die Hij geeft aan wie Hij wil); hij zei: De gunst is: de religie. (En Allah is de bezitter van de geweldige gunst) Hij zegt: En Allah is de bezitter van de gunst over Zijn dienaren, de weldoener onder hen en de kwaaddoener, en degenen onder wie Hij de Boodschapper heeft gezonden, uit hun midden en anderen; de Geweldige, bij wie de gunst van eenieder die een gunst bezit gering is.

    Toon originele Arabische tekst
    حدثنا ابن سنان القزاز، قال : ثنا أبو عاصم، قال: ثنا عيسى، عن شبيب، عن عكرمة، عن ابن عباس في: ( ذَلِكَ فَضْلُ اللَّهِ يُؤْتِيهِ مَنْ يَشَاءُ ) قال: الفضل: الدين ( وَاللَّهُ ذُو الْفَضْلِ الْعَظِيمِ ) يقول: والله ذو الفضل على عباده، المحسن منهم والمسيء، والذين بعث فيهم الرسول منهم وغيرهم، العظيم الذي يقلّ فضل كل ذي فضل عنده.