Tabari

Tafseer van De Erbarmer · Ar-Rahmaan · 55:48

ذَوَاتَآ أَفْنَانٍۢ

Beide met een overvloed aan takken en vruchten.

Belangrijk: De Arabische brontekst is altijd leidend. Deze vertaling is een studiehulp en is niet geverifieerd door geleerden — gebruik haar niet als bron voor religieuze bewijsvoering of het afleiden van oordelen (ahkam). Raadpleeg bij twijfel altijd de Arabische tekst en een bevoegde geleerde.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Zijn uitspraak ذَوَاتَا أَفْنَانٍ ("twee [tuinen] met takken / soorten") — Hij zegt: twee [tuinen] met [allerlei] kleuren; het enkelvoud daarvan is "fann", en het is afgeleid van hun uitspraak: "iftanna fulān fī ḥadīthihi" — wanneer iemand in zijn spreken overgaat tot verscheidene soorten en variaties daarvan.

    En in overeenstemming met wat wij hierover gezegd hebben, spraken de uitleggers van de Koran (ahl al-taʾwīl).

    * Vermelding van wie dat gezegd heeft:

    Al-Ḥusayn ibn Yazīd al-Ṭaḥḥān heeft mij verteld, hij zei: ʿAbd al-Salām ibn Ḥarb heeft ons verteld, op gezag van ʿAṭāʾ ibn al-Sāʾib, op gezag van Saʿīd ibn Jubayr, op gezag van Ibn ʿAbbās, [over] Zijn uitspraak ذَوَاتَا أَفْنَانٍ, hij zei: twee [tuinen] met [allerlei] kleuren.

    Al-Faḍl ibn Isḥāq heeft ons verteld, hij zei: Abū Qutayba heeft ons verteld, hij zei: ʿAbd Allāh ibn al-Nuʿmān heeft ons verteld, op gezag van ʿIkrima, [over] ذَوَاتَا أَفْنَانٍ, hij zei: de schaduw van de takken over de muren. Hij zei: en de dichter heeft gezegd:

    "Wat heeft jouw verlangen opgewekt? Was het het kirren van een duif die op de tak van de twijgen [andere] duiven riep? Zij riep [naar haar partner], de vader van twee kuikens, die een roofvogel trof met twee klauwen, van de slechtvalken, een grijper (qaṭām)."

    Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Mihrān heeft ons verteld, op gezag van Sufyān, op gezag van Mujāhid, [over] ذَوَاتَا أَفْنَانٍ, hij zei: twee [tuinen] met [allerlei] kleuren.

    Hij zei: Mihrān heeft ons verteld, op gezag van Abī Sinān, [over] ذَوَاتَا أَفْنَانٍ, hij zei: twee [tuinen] met [allerlei] kleuren.

    Mij is verteld op gezag van al-Ḥusayn, hij zei: ik hoorde Abā Muʿādh zeggen: ʿUbayd heeft ons verteld, hij zei: ik hoorde al-Ḍaḥḥāk zeggen, [over] Zijn uitspraak ذَوَاتَا أَفْنَانٍ: hij zegt: [allerlei] kleuren van vruchten.

    Anderen zeiden: twee [tuinen] met takken.

    * Vermelding van wie dat gezegd heeft:

    Ibn Ḥumayd heeft ons verteld, hij zei: Mihrān heeft ons verteld, op gezag van Sufyān, op gezag van een man uit de mensen van Basra, op gezag van Mujāhid, [over] ذَوَاتَا أَفْنَانٍ, hij zei: twee [tuinen] met takken.

    Anderen zeiden: de betekenis daarvan is: twee [tuinen] met de uiteinden van de takken van de bomen.

    * Vermelding van wie dat gezegd heeft:

    Muḥammad ibn Saʿd heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, hij zei: mijn oom heeft mij verteld, hij zei: mijn vader heeft mij verteld, op gezag van zijn vader, op gezag van Ibn ʿAbbās, [over] Zijn uitspraak ذَوَاتَا أَفْنَانٍ, hij zegt: tussen de uiteinden van hun bomen, dat wil zeggen: het ene raakt het andere zoals begroeide pergola's; en er wordt gezegd: twee [tuinen] met overvloed van alles.

    Anderen zeiden: veeleer wordt daarmee bedoeld hun voortreffelijkheid en hun ruimte boven al het andere.

    * Vermelding van wie dat gezegd heeft:

    Bishr heeft ons verteld, hij zei: Yazīd heeft ons verteld, hij zei: Saʿīd heeft ons verteld, op gezag van Qatāda, [over] Zijn uitspraak ذَوَاتَا أَفْنَانٍ: dat wil zeggen hun voortreffelijkheid en hun ruimte boven al het andere.

    Ibn ʿAbd al-Aʿlā heeft ons verteld, hij zei: Ibn Thawr heeft ons verteld, op gezag van Maʿmar, op gezag van Qatāda, [over] Zijn uitspraak ذَوَاتَا أَفْنَانٍ, hij zei: twee [tuinen] met voortreffelijkheid boven al het andere.

    ------------------

    De voetnoten:

    (3) Ik heb de spreker van de twee verzen niet gevonden. Ibn Barrī heeft in [het Lexicon] (al-Lisān: h-d-r) het eerste van beide voorgedragen, maar heeft het niet toegeschreven. De auteur van al-Lisān zegt, op gezag van Ibn Sīda in al-Muḥkam: al-hadīl is het geluid van de duif; sommigen beperkten het tot de wilde [duiven] daarvan, zoals de dabāsī en de qamārī en dergelijke; "hadala yahdilu hadīlan". Ibn Barrī droeg voor: ... [het] vers. Hij zei: en al-hadīl is ook gekomen voor het geluid van de hop (hudhud). Tot zover. En al-fanan is de tak die recht is in lengte en breedte. En er is gezegd: al-ghuṣn is de twijg, dat wil zeggen de afgesneden [tak], en al-fanan is wat zich daaruit vertakt. Het meervoud is al-afnān en daarna al-afānīn. ʿIkrima zei over Zijn, de Verhevene, uitspraak ذواتا أفنان, hij zei: de schaduw van de takken over de muren. En Abū al-Haytham zei: sommigen verklaarden het als twee [tuinen] met takken, en sommigen verklaarden het als twee [tuinen] met kleuren; het enkelvoud daarvan is dan "fann" en "fanan". Abū Manṣūr zei: het enkelvoud van al-afnān, wanneer je daarmee kleuren bedoelt, is "fann"; en wanneer je daarmee de takken bedoelt, dan is het enkelvoud daarvan "fanan". Tot zover. En hij zei over "qaṭām": al-qaṭāmī is de slechtvalk, en het wordt [ook] met fatḥa [uitgesproken]. En "ṣaqr qaṭām" (zoals "saḥāb"), en "qaṭāmī" en "qaṭāmī" (met fatḥa en met ḍamma op het eerste [letter]): het is vlees. De [stam] Qays gebruikt fatḥa, en de overige Arabieren gebruiken ḍamma; en het is overheersend als naam geworden, en het is afgeleid van al-qaṭm, en dat is het begeerde: het vlees en anders. Tot zover.

    Toon originele Arabische tekst
    وقوله: ( ذَوَاتَا أَفْنَانٍ ) يقول: ذواتا ألوان، واحدها فن، وهو من قولهم : افتن فلان في حديثه : إذا أخذ فى فنون منه وضروب. وبنحو الذي قلنا في ذلك قال أهل التأويل. * ذكر من قال ذلك: حدثني الحسين بن يزيد الطحان، قال: ثنا عبد السلام بن حرب، عن عطاء بن السائب، عن سعيد بن جبير، عن ابن عباس في قوله: ( ذَوَاتَا أَفْنَانٍ ) قال: ذواتا ألوان. حدثنا الفضل بن إسحاق، قال: ثنا أبو قتيبة، قال: ثنا عبد الله بن النعمان، عن عكرِمة ( ذَوَاتَا أَفْنَانٍ ) قال: ظل الأغصان على الحيطان، قال: وقال الشاعر: مـا هـاجَ شَـوْقَكَ مِـنْ هَدِيل حَمامَة تَدْعُـو عـلى فَنـن الغُصُـونِ حَماما تَدْعُـوا أبـا فَرْخَـين صَـادَفَ ضاريا ذا مِخْــلَبين مِــنَ الصُّقُّـورِ قَطامـا (3) . حدثنا ابن حُميد، قال: ثنا مهران، عن سفيان، عن مجاهد ( ذَوَاتَا أَفْنَانٍ ) قال: ذواتا ألوان. قال: ثنا مهران، عن أبي سنان ( ذَوَاتَا أَفْنَانٍ ) قال: ذواتا ألوان. حُدثت عن الحسين، قال: سمعت أبا معاذ يقول: ثنا عبيد، قال: سمعت الضحاك يقول في قوله: ( ذَوَاتَا أَفْنَانٍ ) يقول: ألوان من الفاكهة . وقال آخرون : ذواتا أغصان. * ذكر من قال ذلك: حدثنا ابن حُميد، قال: ثنا مهران، عن سفيان، عن رجل من أهل البصرة، عن مجاهد ( ذَوَاتَا أَفْنَانٍ ) قال: ذواتا أغصان. وقال آخرون : معنى ذلك: ذواتا أطراف أغصان الشجر. * ذكر من قال ذلك: حدثني محمد بن سعد، قال: ثني أبي، قال: ثني عمي، قال: ثني أبي، عن أبيه، عن ابن عباس، قوله: ( ذَوَاتَا أَفْنَانٍ ) يقول: فيما بين أطراف شجرها، يعني: يمسّ بعضها بعضا كالمعروشات، ويقال: ذواتا فضول عن كل شيء. وقال آخرون : بل عنى بذلك فضلهما وسعتهما على ما سواهما. * ذكر من قال ذلك: حدثنا بشر، قال: ثنا يزيد، قال: ثنا سعيد، عن قتادة، قوله: ( ذَوَاتَا أَفْنَانٍ ) يعني: فضلهما وسعتهما على ما سواهما. حدثنا ابن عبد الأعلى، قال: ثنا ابن ثور، عن معمر، عن قتادة، في قوله: ( ذَوَاتَا أَفْنَانٍ ) قال: ذواتا فضل على ما سواهما. ------------------ الهوامش : (3) لم أقف على قائل البيتين وأنشد ابن بري في ( اللسان : هدر ) البيت الأول منهما، ولم ينسبه قال صاحب اللسان عن ابن سيده في المحكم : الهديل : صوت الحمام، وخص بعضهم به وحشها، كالدباسي والقماري ونحوهما، هدل يهدل هديلا . وأنشد ابن بري : .... البيت قال : وقد جاء الهديل في صوت الهدهد . ا هـ . والفنفن الغصن المستقيم طولا وعرضا . وقيل الغصن : القضيب، يعني المقضوب، والفنن: ما تشعب منه . والجمع: الأفنان ثم والأفانين . وقال عكرمة في قوله تعالى : ( ذواتا أفنان ) قال: ظل الأغصان على الحيطان . وقال أبو الهيثم: فسرها بعضهم ذواتا أغصان وفسره بعضهم : ذواتا ألوان، واحدها حينئذ: فن ، وفنن. قال أبو منصور : واحد الأفنان، إذا أردت بها ألوان فن . وإذا أردت بها الأغصان : فواحدها فنن. اهـ. وقال في قطم : والقطامي: الصقر، ويفتح . وصقر قطام ( كسحاب ) وقَطامي وقطامي ( بفتح أوله وضمه ) : لحم . قيس يفتحون، وسائر العرب يضمون، وقد غلب عليه اسما، وهو مأخوذ من القطم، وهو المشتهى : اللحم وغيره .ا هـ .