Tabari

Tafseer van De Mier · An-Naml · 27:73

وَإِنَّ رَبَّكَ لَذُو فَضْلٍ عَلَى ٱلنَّاسِ وَلَٰكِنَّ أَكْثَرَهُمْ لَا يَشْكُرُونَ

En voorwaar, jouw Heer bezit zeker gunsten voor de mensen, maar de meesten van en zijn niet dankbaar.

Belangrijk: De Arabische brontekst is altijd leidend. Deze vertaling is een studiehulp en is niet geverifieerd door geleerden — gebruik haar niet als bron voor religieuze bewijsvoering of het afleiden van oordelen (ahkam). Raadpleeg bij twijfel altijd de Arabische tekst en een bevoegde geleerde.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    Allah de Verhevene zegt: وَإِنَّ رَبَّكَ لَذُو فَضْلٍ عَلَى النَّاسِ — "Voorwaar, uw Heer heeft gunst jegens de mensen" — dat wil zeggen: o Mohammed, uw Heer bezit gunst (faḍl) jegens de mensen, doordat Hij hen geen haastige bestraffing laat overkomen voor hun ongehoorzaamheid aan Hem en hun ongeloof (kufr) in Hem. Hij bewijst hun weldaad daarin en in andere gunstbewijzen die Hij hun heeft geschonken. وَلَكِنَّ أَكْثَرَهُمْ لا يَشْكُرُونَ — "maar de meesten van hen zijn niet dankbaar" — zij danken Hem niet voor die weldaad en die gunst die Hij hun heeft betoond, zodat zij de aanbidding uitsluitend aan Hem zouden wijden. Integendeel, zij voegen in de aanbidding aan Hem datgene toe wat hen schaadt en niet baat, en datgene dat jegens hen geen gunst en geen weldaad bezit.

    Toon originele Arabische tekst
    يقول تعالى ذكره: (وَإِنَّ رَبَّكَ ) يا محمد (لَذُو فَضْلٍ عَلَى النَّاسِ ) بتركه معاجلتهم بالعقوبة على معصيتهم إياه, وكفرهم به, وذو إحسان إليهم في ذلك وفي غيره من نعمه عندهم (وَلَكِنَّ أَكْثَرَهُمْ لا يَشْكُرُونَ ) لا يشكرونه على ذلك من إحسانه وفضله عليهم, فيخلصوا له العبادة, ولكنهم يشركون معه في العبادة ما يضرّهم ولا ينفعهم ومن لا فضل له عندهم ولا إحسان.