Tafseer van De Profeten · Al-Anbiyaa · 21:12
En wanneef zij dan Onze besüafflng aan voelden komen, dan (probeerden) zij ervan weg te rennen.
Belangrijk: De Arabische brontekst is altijd leidend. Deze vertaling is een studiehulp en is niet geverifieerd door geleerden — gebruik haar niet als bron voor religieuze bewijsvoering of het afleiden van oordelen (ahkam). Raadpleeg bij twijfel altijd de Arabische tekst en een bevoegde geleerde.
Wat betreft Zijn woord فَلَمَّا أَحَسُّوا بَأْسَنَا (maar toen zij Onze gesel gewaarwerden): dat wil zeggen: toen zij Onze bestraffing aanschouwden die over hen was neergedaald en haar zagen en haar aanraking voelden — men zegt: ik heb van die en die zwakheid gewaargeworden (aḥsas-tu min fulān ḍaʿfan), en ik heb het van hem gewaargeworden — إِذَا هُمْ مِنْهَا يَرْكُضُونَ (zie, zij stoven er vandaan): dat wil zeggen: van de bestraffing die zij van Onze gesel, die over hen neerdaalde, hadden gevoeld, vluchtten zij haastig en snel weg, rennend in vlucht. Men zegt: die en die heeft zijn paard aangedreven (rakada fulān farasah), wanneer hij het tot het uiterste heeft gedreven in zijn voortdrijving.