Tafseer van Ta-Haa · Taa-Haa · 20:5
De Barmhartige, Die op de Troon zetelt.
Belangrijk: De Arabische brontekst is altijd leidend. Deze vertaling is een studiehulp en is niet geverifieerd door geleerden — gebruik haar niet als bron voor religieuze bewijsvoering of het afleiden van oordelen (ahkam). Raadpleeg bij twijfel altijd de Arabische tekst en een bevoegde geleerde.
Zijn woord الرَّحْمَنُ عَلَى الْعَرْشِ اسْتَوَى (20:5)
(De Barmhartige heeft Zich verheven boven de Troon.)
Allah de Verhevene zegt: de Barmhartige is verheven en heeft Zich bovenaan Zijn Troon gesteld.
Wij hebben de betekenis van al-istiwāʾ (het verheven-zijn) met zijn bewijzen al eerder toegelicht, en wij hebben de meningsverschillen van de geleerden daarover vermeld; dat maakt herhaling op deze plek overbodig.
Voor het nominatief staan van "al-Raḥmān" (الرَّحْمَنُ) zijn twee mogelijkheden: ten eerste op grond van het woord "tanzīlan" (neerzending), zodat de betekenis van de zin luidt: Hij zond het neer — namelijk Degene die de aarde en de hemelen schiep — de Barmhartige die Zich boven de Troon heeft verheven, zond het neer. Ten tweede op grond van Zijn woord عَلَى الْعَرْشِ اسْتَوَى (heeft Zich verheven boven de Troon), omdat in het woord "istawā" (heeft Zich verheven) al een verwijzing naar "al-Raḥmān" (de Barmhartige) besloten ligt.