Tabari

Tafseer van Maryam (Maria) · Maryam · 19:63

تِلْكَ ٱلْجَنَّةُ ٱلَّتِى نُورِثُ مِنْ عِبَادِنَا مَن كَانَ تَقِيًّۭا

Dat is het Paradijs dat Wij Onze dienaren die (Allah) vrezen doen erven.

Belangrijk: De Arabische brontekst is altijd leidend. Deze vertaling is een studiehulp en is niet geverifieerd door geleerden — gebruik haar niet als bron voor religieuze bewijsvoering of het afleiden van oordelen (ahkam). Raadpleeg bij twijfel altijd de Arabische tekst en een bevoegde geleerde.

Tabari (1 passage)

  1. Volledige NL-vertaling van Tabari's tekst

    De Verhevene zegt: dit paradijs (janna) waarvan Ik jullie, o mensen, de eigenschappen heb beschreven, is het paradijs dat Wij als erfenis geven — dat wil zeggen: Wij geven de woningen van de bewoners van het Vuur daarin als erfenis مِنْ عِبَادِنَا مَنْ كَانَ تَقِيًّا (aan hen van Onze dienaren die godvrezend zijn geweest): hij zegt: die het bestraffing (ʿadhāb) van Allah gevreesd hebben door Zijn verplichtingen te vervullen en Zijn verboden te mijden.

    Toon originele Arabische tekst
    يقول تعالى ذكره: هذه الجنة التي وصفت لكم أيها الناس صفتها، هي الجنة التي نورثها، يقول: نورث مساكن أهل النار فيها( مِنْ عِبَادِنَا مَنْ كَانَ تَقِيًّا ) يقول: من كان ذا اتقاء عذاب الله بأداء فرائضه، واجتناب معاصيه.